Ervaringen deelnemers

Dit vertelden deelnemers

A: Als ik mijn gelijk probeer te halen ga ik steeds harder praten. En opgeven doe ik niet. Ik heb me nooit gerealiseerd dat mensen bang voor me kunnen zijn. Maar ik kwam op school wel in de moeilijkheden. Door de oefeningen hier snap ik dat ik toch wel dreigend kan overkomen. En dat je soms beter gewoon kunt stoppen met een discussie, ook al heb je niet gewonnen.

B: Ik voelde dat de spanning in me opliep. Ze wist weer van geen ophouden. In zo’n situatie zou ik vroeger geslagen hebben. Maar nu kon ik iets anders bedenken. ‘Als je niet ophoudt, bel ik je moeder!’ riep ik. Natuurlijk hield ze niet op. Toen heb ik inderdaad haar moeder gebeld. Die heeft met haar gepraat. Die dag is er niet geslagen.

C: Als ik op straat me niet heb laten opnaaien en ben weggelopen, zit de woede nog wel in me. Ik kan nog dagen blijven malen: misschien had ik toch moeten gaan vechten.
Thuis doe ik dan agressieverig tegen mijn ouders en mijn zusjes.

D: Je moet ergens naar toegaan waar je helemaal alleen bent en dan alles van je afschreeuwen.

C: Nee, dat werkt voor mij echt niet.

Trainer: Je kunt thuis ook vertellen wat er op straat gebeurd is. Dan weten ze waarom je boos bent en leven ze vast met je mee.

D: Voor de training: ‘Ik stond bij de balie van de hulpverlening. Ik moest snel een afspraak, want ik had een brief van een deurwaarder en moest binnen 48 uur reageren. De receptioniste zei dat het spreekuur vol was. Dat was echt een probleem, want ik kon dit niet zelf. Ik vroeg nog een keer om een afspraak. Ik praatte hard, begon te schreeuwen en riep iets over discriminatie. De receptioniste werd ook boos en ik kreeg geen afspraak. Woedend liep ik naar buiten. Thuis schaamde ik me een beetje voor mijn geschreeuw.  En wat moest ik nu met die deurwaarder?’

Nu, na Mannen met Respect doe ik het zo:

‘Als ik bij een instantie ben, wens ik de receptioniste goedemorgen. Als het spreekuur vol is en het is niet zo heel dringend, ga ik weg. Volgende keer beter. Als het superbelangrijk is, probeer ik het nog een keer. Ik praat vriendelijk en kalm. Die vrouw doet ook haar werk. Ik leg uit waarom het een probleem is om een andere keer terug te komen. Ik zeg: “helpt u mij alstublieft.” Soms lukt er iets. Een andere hulpverlener kijkt er bijvoorbeeld even naar. Of ze zegt: “als u morgen precies om 8 uur hier bent, maakt iemand even een kwartiertje voor u vrij.”